
![]() |
www.wittegeiten.org |
Omstreeks 1900 kwam in ons land algemeen de oude landgeit voor;
een kleine geit met verschillende kleuren, die slechts weinig melk gaf.
De Saanengeit (afkomstig uit het Zwitserse kanton Bern) is een middelgrote tot
grote, ongehoornde, witte geit met een wat slanke bouw en een goede melkproductie.
Deze Saanengeit heeft aan de basis gestaan van onze huidige Nederlandse witte
geit. Zo werden er in 1905 een 80-tal Saanenbokken en geiten uit Zwitserland
ingevoerd. Tussen 1906 en 1910 werden ongeveer 600 Saanengeiten uit Duitsland
(Rijn-Hessen) geïmporteerd. Na een importstop vanwege mond- en klauwzeer
en de eerste Wereldoorlog is men door intensieve fokkerij en strenge selectie
gaan werken aan de Nederlandse witte geit. Een geit die door zijn functionele
waarde en rasuitstraling nu wereldwijd bekend is. De Nederlandse witte geit
is nu het meest voorkomende geitenras in Nederland.
Raseigenschappen:
De Nederlandse witte geit is een hoogbenige gerekte wigvormige open gebouwde
melkgeit met in de juiste verhoudingen: ruime hoogte, breedte en lengtematen
en een solide bouw. Een geit die wat betreft constructie zo in elkaar zit dat
ze gedurende een lange tijd een hoge melkproductie kan realiseren.
Omschrijving van de gewenste Nederlandse witte geit:
De kop is sprekend en fijn besneden met staande, lange oren en een recht neusbeen
met aansluitend een lange, soepele matig bespierde hals. De voorhand is ruim
en gesloten en gaat vloeiend over in de middenhand. De middenhand is sterk in
de bovenbouw en ruim met lange gewelfde ribben. Bij de achterhand is het kruis
breed, lang, vlak en iets hellend. De benen zijn hard en droog met een correcte
vierkante stand en in gang een ruime veerkrachtige stap. Het uier is goed ontwikkeld,
lang, breed en hoog aangehecht met een correcte speenplaatsing. Naast een dunne
soepele huid is de beharing van de Nederlandse witte geit kort en fijn en uiteraard
wit van kleur.
Meer informatie vindt u op de site van de Fokcommissie Witte geiten.