Keuringen

Fokkers van bij de NOG aangesloten verenigingen kunnen deelnemen aan keuringen op verenigings-, kring-, regionaal en nationaal niveau. Dit alles is bedoeld om een doelgerichte geitenfokkerij te bevorderen.
Het houden van keuringen en de organisatie daar omheen is geen sinecure. Een aanvraag moet gedaan worden bij de RVV. Alle regels voor het houden van keuringen zijn vastgesteld en dienen nageleefd te worden.

Daarnaast is het belangrijk om ook geïnteresseerde mensen naar de keuring te krijgen. Op de pagina "Voorbereiding" wordt hierover meer verteld.

De uitslagen kunnen, mits aangeleverd in de juiste digitale vorm, op de site worden geplaatst en in de agenda vindt u wanneer en waar een keuring gaat plaatsvinden.

De geitenkeuringen van de NOG, leuk!

De Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij (NOG) is een organisatie die zich met name richt op de stamboekfokkerij van geiten. Zij heeft in Nederland de officiële erkenning van het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE) als veeverbeteringsorganisatie voor vijf geitenrassen, de Nederlandse Witte geit, de Nederlandse Toggenburger geit, de Nederlandse Bonte geit, de Nederlandse Nubische geit en de Nederlandse Boergeit. De Boergeit is daarbij voor de NOG het jongste ras en bij dit ras ligt het fokdoel niet bij het geven van zoveel mogelijk melk maar gaat het om het vlees. Voor deze vijf rassen is de NOG erkend om de stamboeken bij te houden.

De leden van de NOG zijn in totaal achtentwintig regionaal of lokaal actieve verenigingen verspreid over heel Nederland. Ongeveer veertienhonderd geitenfokkers zijn aangesloten bij deze verenigingen. Gedurende de zomerperiode worden bij deze verenigingen keuringen gehouden. De beste dieren komen uiteindelijk bijeen voor de landelijke keuring die aan het einde van het keuringsseizoen (cw) in september plaatsvindt.

Keuringen van geiten spelen een zeer belangrijke rol binnen de geitenhouderij en -fokkerij. Zij geven richting aan de fokkerij of het gekozen fokbeleid, terwijl een keuring tevens de fokkers bij elkaar brengt en daarmee de onderlinge banden verstevigt. De keurmeesters hebben verstand van de geiten en weten deze goed te beoordelen op gewenste raskenmerken.

Een functioneel skelet staat bij het keuren centraal voor het beoordelen van een goede melkgeit. Gebruiksonderdelen zoals middenhand, kruisvorm/-ligging, uier en benen wegen zwaar in het keuringssysteem. Het doel waarvoor we in eerste instantie de geit fokken is om melk te produceren. Tekenen van deze gebruikswaarde zal bij ieder ras zichtbaar moeten zijn ( met uitzondering van de boergeiten ). Een geit waarvan je aan het skelet kunt zien dat ze zonder problemen gedurende een lange tijd een hoge productie kan realiseren zal dan ook hoog gewaardeerd worden. Ondanks deze belangrijke onderdelen spelen nog tal van andere factoren mee om de geiten onderling op hun juiste waarde te taxeren. Zo heeft ieder ras zijn eigen rastypische kenmerken en zullen de keurmeesters de rasstandaard van het betreffende ras moeten kennen. Het is op een keuring bij het plaatsen van de dieren steeds het afwegen van de goede en minder goede eigenschappen. Als een geit in de keuringsring verschijnt en voorgebracht wordt, is al vrij snel te zien met wat voor dier zij te maken hebben. De eerste indruk, het algemeen voorkomen, wat staat er? Type en ontwikkeling geven meestal de eerste gespreksstof waarover de keurmeesters met elkaar in overleg gaan. Vervolgens komt de vraag hoe het dier wat betreft constructie in elkaar zit. En de ophangband van de uier is natuurlijk belangrijker dan een wat minder sprekende kop. Op al dat soort belangrijke en minder belangrijke dingen zal een keurmeester letten voordat men tot plaatsing van het dier overgaat. De taak van de jury is erop gericht om de meest ideale geit in haar ras het hoogst te waarderen. Bij het beoordelen van een melkgeit zal de jury zich altijd richten in hoeverre het dier dat op dat moment beoordeeld wordt de ideale melkgeit benadert.

Wanneer in een rubriek alle dieren voorgebracht en vervolgens geplaatst zijn heeft er een voorlopige beoordeling plaatsgevonden.Vervolgens zullen de keurmeesters de opdracht geven om de dieren nog even achter elkaar rond te laten lopen. Dit om tot een goed onderling vergelijk te komen en om zonodig enige correcties aan te brengen. Na de definitieve opstelling in volgorde van kwaliteit zal men overgaan tot het geven van eerste, tweede of derde prijzen (bijvoorbeeld 1A,1B,1C,1D en dan 2A, 2B, 3A, etc.) of een eervolle vermelding. Tenslotte zal één van de keurmeesters een toelichting geven over wat de goede en de wat minder goede eigenschappen van de geit zijn. Naast individuele dieren bestaan er ook nog verschillende combinaties die beoordeeld kunnen worden, zoals eigenaarsgroepen van drie geiten of lammeren.

Het plaatsen en keuren van een eigenaarsgroep is iets geheel anders.
De groep geiten dient uniform te zijn met een zo goed mogelijk exterieur.

Alhoewel voor een zo uniform mogelijke groep de leeftijd en ontwikkeling van de individuele dieren ongeveer hetzelfde dienen te zijn wordt het grootste dier links en het kleinste dier rechts opgesteld. Is het verschil in ontwikkeling groot dan doet dat veel afbreuk aan de uniformiteit. Drie individueel goede geiten hoeven nog geen goede groep te vormen.
Aan het eind van een keuring vindt per ras de kampioenskeuring plaats.
Alle in de rubrieken met 1A en 1B bekroonde dieren komen dan in de ring en hieruit wordt de kampioen en reservekampioen gekozen. Uit de raskampioenen wordt de algemeen of dagkampioen gekozen.
En. . . . kampioen worden is meestal een geweldige prestatie!