Organiseren van keuringen
Advies organiseren keuringen mbt Q-koorts
Het organiseren van keuringen geschiedt in de regel door de afdelingen. Zij hebben hier ervaring mee en weten op basis van die ervaring vaak probleemloos een keuring te organiseren. Wel moet men telkens weer de actuele regelgeving kennen.
Communicatie aandachtspunten:
-Informeren NOG opdat informatie over de keuring opgenomen kan worden in de
nieuwsbrief en op deze site
-informeren regionale kranten etc.met vooraankondiging
-uitnodigen regionale kranten etc. op de keuringsdag
-verhaal over keuring met uitslagen doen toekomen aan NOG en ook gebruiken voor
de krant etc.
Nieuw:
Het organiseren van een keuring begint met het aanvragen van de keuring en het
voldoen aan de erbij horende eisen bij de VWA Oost in Zutphen.
U kunt deze kennisgeving gebruiken om uw
aanvraag te mailen naar de VWA.
Aan de hand van de regels is dan te bepalen wat er allemaal moet worden gedaan.
De wettelijke eisen waarmee men rekening houden staan in de Regeling betreffende
het bijeenbrengen van dieren 2000, de volledige tekst is te bekijken door op
de onderstaande link te klikken. Het belangrijkste hoofdstuk over tentoonstellingen
en keuringen staat hieronder weergegeven.
Regling bijeenbrengen dieren 2000
§ 5. Tentoonstellingen en keuringen
Artikel 9r
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. organisator: organisator van een tentoonstelling of keuring;
b. plaats: plaats waar tentoonstelling of keuring wordt gehouden;
c. schapen of geiten: schapen of geiten, die individueel geregistreerd staan
bij het Individuele Dier Registratiesysteem van de Gezondheidsdienst voor Dieren;
d. UBN: door de minister toegewezen uniek bedrijfsnummer, als bedoeld in artikel
3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002.
Regeling identificatie en registratie 2003
Artikel 9s
Het in artikel 9a, eerste lid, en artikel 9k, eerste lid, bedoelde verbod geldt
niet voor het bijeenbrengen van runderen, schapen of geiten, afkomstig van verschillende
bedrijven, voor een tentoonstelling of een keuring op een plaats, mits voldaan
wordt aan de artikelen 9t tot en met 9v.
Artikel 9t
1. De organisator stelt tenminste 30 dagen voorafgaand aan de datum waarop de
tentoonstelling of keuring zal plaatsvinden de VWA schriftelijk in kennis van
naam, adres en telefoonnummer van de organisator van de tentoonstelling of keuring,
de datum en plaats, alsmede het UBN van de plaats, en het aantal runderen, schapen
of geiten dat wordt tentoongesteld of gekeurd.
2. De houder of eigenaar van de tentoon te stellen of te keuren runderen, schapen
of geiten laat deze binnen vijf dagen voorafgaand aan de tentoonstelling of
keuring door een dierenarts klinisch onderzoeken.
3. Van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt door de dierenarts en
de houder of eigenaar van de runderen, schapen of geiten een verklaring opgesteld
volgens het model in bijlage IV, waarin tenminste zijn opgenomen de identificatienummers,
zoals voorgeschreven krachtens het Besluit identificatie en registratie van
dieren, alsmede de naam van de houder of eigenaar van de runderen, schapen of
geiten en het adres van het herkomstbedrijf van de runderen, schapen of geiten.
4. De organisator stelt voor aanvang van de tentoonstelling of keuring zeker
dat de schapen of geiten individueel geregistreerd staan bij de Gezondheidsdienst
voor Dieren en laat runderen, schapen of geiten slechts toe tot de plaats indien
zij vergezeld gaan van de door de dierenarts en de houder of eigenaar ondertekende
verklaring, bedoeld in het derde lid.
5. De tentoon te stellen of te keuren runderen, schapen of geiten worden uitsluitend
op de plaats aangevoerd en van de plaats afgevoerd met vervoermiddelen waarvoor
krachtens de Wegenverkeerswet 1994 een kentekenbewijs of registratiebewijs is
afgegeven.
6. Op de plaats zijn tegelijk met runderen, schapen of geiten geen andere evenhoevigen
aanwezig.
7. De plaats is zodanig ingericht dat verschillende aanwezige diersoorten niet
met elkaar in contact kunnen komen.
8. Runderen, schapen of geiten worden zo spoedig mogelijk na afloop van de tentoonstelling
of keuring rechtstreeks vervoerd naar:
a. hetzij een in Nederland gelegen slachthuis;
b. hetzij het bedrijf van herkomst.
9. In afwijking van artikel 9a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 9k, derde
lid, is het toegestaan runderen onderscheidenlijk schapen of geiten, afkomstig
van verschillende bedrijven, op één vervoermiddel bijeen te brengen
ten behoeve van het vervoer naar een tentoonstelling of keuring en dezelfde
runderen onderscheidenlijk schapen of geiten na afloop van de tentoonstelling
of keuring hetzij op de bedrijven van herkomst hetzij op een slachterij als
bedoeld in het achtste lid, af te leveren.
10. Het in artikel 10, eerste lid, van de Regeling aanvullende voorschriften
besmettelijke dierziekten bedoelde verbod geldt niet voor de rechtstreekse afvoer
van runderen naar een slachthuis indien deze runderen, na een tentoonstelling
of keuring, zijn vervoerd naar het bedrijf van herkomst, als bedoeld in het
achtste lid.
11. Indien de dieren, bedoeld in het achtste lid, naar het bedrijf van herkomst
worden vervoerd is artikel 10, zesde lid, van de Regeling aanvullende voorschriften
besmettelijke dierziekten, niet van toepassing.
Artikel 9u
1. Eenieder, die het deel van de plaats, waar runderen, schapen of geiten verblijven,
betreedt of verlaat, ontsmet zijn schoeisel door middel van voorzieningen, die
duidelijk zichtbaar aanwezig zijn bij elke in- en uitgang van voornoemd deel
van de plaats.
2. Op de plaats zijn voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, waarmee
evenhoevigen worden vervoerd, één of meer installaties aanwezig
die water leveren van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte
reiniging en ontsmetting.
3. Artikel 6, eerste lid, van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke
dierziekten 2000 is niet van toepassing bij het uitladen van evenhoevigen op
een plaats.
Hygienevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
4. Voordat een vervoermiddel, dat geladen is met runderen, schapen of geiten,
de plaats verlaat reinigt en ontsmet de bestuurder de wielen en wielkasten van
dat vervoermiddel.
5. De reiniging en ontsmetting, bedoeld in het vierde lid, geschiedt op een
verharde en voor water ondoordringbare ondergrond.
6. Bij de installatie of inrichting voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen,
bedoeld in het tweede lid, is een lekvrije en afsluitbare voorziening voor de
tijdelijke opslag en afvoer van mest en strooisel aanwezig.
7. Zo spoedig mogelijk na afloop van de tentoonstelling of keuring worden de
verharde terreindelen van de plaats gereinigd en ontsmet met een installatie
als bedoeld in artikel 9c, onderdeel t.
Artikel 9v
1. De organisator houdt een administratie bij overeenkomstig de artikelen 21,
35 en 36, eerste lid, onderdeel c, tweede en derde lid, van de Regeling identificatie
en registratie van dieren 2002 en van de originele gezondheidsverklaringen,
bedoeld in artikel 9t, derde lid, en de kentekens van de vervoermiddelen waarmee
runderen zijn aan- en afgevoerd.
2. Onverminderd artikel 21, vijfde lid, en 36, vierde lid, van de Regeling identificatie
en registratie van dieren 2002 bewaart de organisator de administratie, bedoeld
in het eerste lid, tot ten minste drie maanden na afloop van de tentoonstelling
of keuring.
3. De organisator houdt de administratie zodanig bij dat de met toezicht belaste
ambtenaren op basis hiervan alle aan- en afgevoerde dieren en de gebruikte vervoermiddelen
eenvoudig kunnen traceren.